Keuze van het juiste systeem

 

Een vakkundige dimensionering en keuze van kabeldraagsystemen is essentieel voor de bedrijfsveiligheid en kosteneffectiviteit van een elektrotechnische installatie. Wij laten zien hoe u het juiste systeem voor uw toepassing bepaalt. Hierbij spelen tal van technische factoren een rol, zoals kabelvolume, kabelgewicht, de vereiste bruikbare doorsnede en andere toepassingsspecifieke eisen.

Systeemtoepassing

Kabelgootsystemen: De kabelgoot is geschikt voor het universeel installeren van kabels en leidingen: van laagspanningsinstallaties tot stroomvoorziening en van datakabels tot telecommunicatienetwerken. Het OBO-portfolio biedt een omvangrijk assortiment met praktische systeemcomponenten. Zo is er voor elke toepassing een passende oplossing. Afhankelijk van het systeem zijn schroefbare of inklikbare kabelgoten met snelkoppelingen verkrijgbaar.

Draadgootsystemen: OBO-draadgootsystemen kenmerken zich door een hoge draagkracht en goede ventilatie. Ze zijn geschikt voor de installatie van stroomkabels en leidingen in uiteenlopende toepassingsgebieden, bijvoorbeeld voor IT-bekabeling, telefonie en stuurleidingen. Daarnaast zijn ze geschikt voor toepassingen in verlaagde plafonds en verhoogde vloeren.

Kabelladdersystemen: De kabelladdersystemen van OBO onderscheiden zich door een hoge draagkracht en goede ventilatie. Daardoor zijn ze bij uitstek geschikt voor de installatie van stroomkabels en leidingen met grote doorsneden. Ze zijn universeel inzetbaar en bieden dankzij de doorlopende perforatie in zijwanden en sporten tal van montagemogelijkheden. Een voorbeeld hiervan is de geïntegreerde bevestiging van kabels en leidingen met OBO-beugelklemmen op de sporten.

Montagesystemen: Montagesystemen omvatten de volgende productgroepen: universele systemen, U-profielsystemen en I-profielsystemen. Afhankelijk van het materiaal en de oppervlaktebehandeling zijn alle systemen geschikt voor toepassing binnen en buiten.

Universele systemen: universele systemen voor kabeldraagconstructies worden bij geringe lasten toegepast. Deze worden met draadstangen aan het plafond gehangen. Afstandsbeugels maken een verhoogde vloermontage mogelijk van kabelgoten, kabelladders en draadgoten.

U-profielsystemen: Tot de U-profielsystemen voor kabeldraagconstructies behoren bij OBO het lichte US 3-systeem, het middelzware US 5-systeem en het zware US 7-systeem. De verschillende systemen zijn gedimensioneerd voor lichte, middelzware en zware lasten. De U-profielsystemen kunnen worden gebruikt voor plafondophanging, vloersteunen of als constructieprofielen.

I-profielsystemen: I-profielsystemen voor kabeldraagsystemen worden gebruikt om zware lasten en grote steunafstanden te overbruggen en om complexe kabeltracés te realiseren. Met de systemen zijn grote steunafstanden van verspansystemen of een meerlaagse opstelling van kabelgoten en kabelladdersystemen mogelijk. Tot de systemen behoren I-hangprofielen, profielconsoles, kopplaten, I-profielen en I-profielverbinders evenals draagstrips en bevestigingshoeken. Het hoge draagvermogen van alle systeemcomponenten en het brede assortiment accessoires maken de montage van zelfs complexe constructies mogelijk.

Afhankelijk van het materiaal en de oppervlaktebehandeling zijn alle systemen geschikt voor toepassing binnen en buiten.

FAQ – Systeemkeuze

Welke norm specificeert de eisen voor kabeldraagsystemen?

Welke algemene eisen worden er aan kabeldraagsystemen gesteld en waar worden deze vastgelegd?

Welke testeisen gelden er voor kabeldraagsystemen?

Hoe moeten kabeldraagsystemen gemarkeerd zijn?

In welke omgevingen kunnen OBO-kabelgootsystemen worden gebruikt?

Kabelvolume bepalen

De term 'kabel' verwijst naar een ommantelde leiding voor de overdracht van elektrische energie en gegevens. Kabels en leidingen worden met de nominale doorsnede aangegeven. Uit de nominale doorsnede en het aantal afzonderlijke aders die in de kabel of leiding zijn samengebracht, resulteren de buitendiameter en de nuttige doorsnede. De diameter zegt maar weinig over de benodigde ruimte voor een kabel, omdat er door de opstelling altijd bepaalde lucht- of tussenruimtes kunnen ontstaan. Voor het gemak wordt de vierkante benodigde ruimte dus berekend met de formule (2r)². 

Benodigde ruimte = (2r)² = diameter² 

Voorbeeld: 
NYM-J 3 x 2,5: kabeldiameter 9,50 mm 
(9,50 mm)² = 90,25 mm²

Goed om te weten: de bijbehorende nuttige kabeldiameter vindt u in de bijbehorende specificatiebladen van de betreffende kabelfabrikant.

1 Diameter in mm 
2 Benodigde ruimte in mm² 

Kabelbelasting berekenen

De specifieke kabelbelasting is een waarde die kan worden berekend aan de hand van de specificaties van de betreffende leiding of kabel en de informatie in de VDE 0639 deel 1 (kabeldraagsystemen). 
De specifieke kabelbelasting kan worden berekend door het gewicht van de kabel of leiding (uitgedrukt in kg/m) te delen door de nuttige doorsnede van de kabel of leiding (zie hierboven, uitgedrukt in mm²). De deling wordt daarna met de factor 9,81 N/kg vermenigvuldigd.

spec. kabelbelasting = (kabelbelasting [kg/m])/(nuttige doorsnede [mm2])*9,81 N/kg

Met behulp van deze formule kan de specifieke kabelbelasting van elke kabel worden bepaald. Voorbeeld NYM-J 3x2,5:

spec. kabelbelasting = (0,19kg/m)/(90,25mm2 )*9,81N/kg = 0,021N/(m*mm2)

De zwaarst gespecificeerde kabel in de VDE 0639 heeft een specifieke kabelbelasting van 0,028 N/m*mm². Het gaat hier om een geïsoleerde hoogspanningskabel NYY-J 4x95. Alleen kabels met grote doorsneden die minder flexibel en daardoor meer zelfdragend zijn, bereiken hogere specifieke gewichten. Door hun grotere diameter hebben ze een lagere vulcoëfficiënt voor de bruikbare gootdoorsnede. Als alternatief voor de berekening van de kabelbelasting kunnen ook ervaringswaarden worden gebruikt. Zo kan grofweg bijvoorbeeld bij een systeem met een zijwandhoogte van 60 mm worden uitgegaan van een waarde van 15 kg per 100 mm breedte, per meter kabelgoot of kabelladder.

Nuttige doorsnede bepalen

 

De nuttige doorsnede van een kabeldraagsysteem is afhankelijk van de betreffende afmeting. Voor het gemak kan voor een ruwe planning de oppervlakteberekening worden gebruikt op basis van de breedte en hoogte van de kabelgoten. OBO vermeldt voor elk kabeldraagsysteem de nuttige doorsnede in de catalogus.

Ons overzicht toont u in één oogopslag de beschikbare nuttige doorsneden van de afzonderlijke typen kabeldraagsystemen. Vanwege de uiteenlopende opbouw van de systemen hebben ze ook verschillende nuttige doorsneden. Wij adviseren om bij het bepalen van de afmetingen rekening te houden met een extra ruimte van ca. 30%.

Kabelgoten

Hoogte [mm]

35

60

85

110

Breedte [mm]

Effectieve doorsnede [mm²]

1003.3005.8008.30010.800
1505.0508.80012.50016.100
2006.80011.80018.60021.800
30010.30017.80025.30032.800
400-23.80033.80043.800
500-29.80042.30054.800
600-35.80050.80060.300

 

 

Kabelladders

Hoogte [mm]

60

110

Breedte [mm]

Effectieve doorsnede [mm²]

2009.80018.000
30014.80027.000
40019.80036.000
50024.80045.000
60029.80054.000
Draadgoten

Hoogte [mm]

35

55

105

Breedte [mm]

Effectieve doorsnede [mm²]

1003.5004.0008.200
1505.2506.30013.000
2007.0008.70017.500
30010.50012.90026.800
400-17.50036.300
500-22.00045.900
600-26.50055.400

Kabelgewicht berekenen

DIN VDE 0639 T1 (kabeldraagsystemen) geeft een formule om de maximaal toelaatbare kabelbelasting te berekenen. De formule bevat de in de vorige hoofdstukken behandelde specifieke kabelbelasting en de nuttige doorsnede van het kabeldraagsysteem.

 

Kabelbelasting (F) = (0,028N)/(m*mm2)*nuttige doorsnede van de kabelgoot [mm²]

Voorbeeld voor een kabelgoot RKSM 60x300

Kabelbelasting (F) = (0,028N)/(m*mm2)*17.800mm2 = 498,4N/m = 0,5kN/m ≈ 50kg/m

 

Als overzicht zijn in de volgende tabellen de vastgestelde maximaal optredende kabelbelastingen per afmeting weergegeven (afgerond):

Kabelgoten

Hoogte [mm]

35

60

85

110

Breedte [mm]

Max. optredende kabelbelasting [kN/m ≈ 100 kg/m]

1000,090,160,230,30
1500,140,250,350,45
2000,190,330,520,61
3000,290,500,710,92
400-0,670,951,23
500-0,831,181,53
600-1,001,421,69

 

Kabelladders

Hoogte [mm]

60

110

Breedte [mm]

Max. optredende kabelbelasting [kN/m ≈ 100 kg/m]

2000,270,50
3000,410,76
4000,551,01
5000,691,26
6000,831,51
Draadgoten

Hoogte [mm]

35

55

105

Breedte [mm]

Max. optredende kabelbelasting [kN/m ≈ 100 kg/m]

1000,100,110,23
1500,150,180,36
2000,200,240,49
3000,290,360,75
400-0,491,02
500-0,621,29
600-0,741,55

Keuze van het kabeldraagsysteem

OBO levert belastingsgegevens, waaronder gedetailleerde belastingstabellen, waarmee de juiste kabelgoot, draadgoot of kabelladder kan worden gekozen.

Vind het juiste systeem voor de kabelbelasting

 

Legende belastingsdiagram

1 = belasting in kN/m zonder personenbelasting 

2 = steunafstand in m 

3 = doorbuiging van de zijwanden in mm 

4 = schematische weergave van de ondersteuningsafstanden bij de testprocedure 

Oranje lijn = toegestane belasting afhankelijk van de ondersteuningsafstanden voor de verschillende gootbreedten 

Blauwe lijn = doorbuiging van de zijwand afhankelijk van de ondersteuningsafstanden

 

De testprocedure

 

Als basis voor de tests van de OBO-kabeldraagsystemen dienen de VDE 0639 deel 1 en DIN EN 61537. Het doel van de tests is om het maximale draagvermogen van elk onderdeel te bepalen – op basis van parameters zoals de breedte van het onderdeel, de afstand tussen de steunpunten, enz. – en dit weer te geven in een diagram dat bij elk onderdeel wordt meegeleverd. Het blauw gemarkeerde gedeelte in dit voorbeeld toont de testopstelling, met een variabele overspanning (L) in het middengedeelte en een factor van 0,8 × L aan de voor- en achterzijde van de kabelgoot.

 

Belastingscurven voor geselecteerde breedtes van kabelgoten of kabelladders

 

De belastbaarheid van de kabelgoten afhankelijk van de steunbreedte kan in het diagram aan de hand van belastingscurven worden afgelezen; hier als voorbeeld weergegeven voor een kabelgoot met de gootbreedtes 100 tot 600 mm. Het kan nodig zijn om een onderscheid te maken tussen de breedtes van de belastingscurves, waardoor meerdere curves tegelijkertijd in het diagram zichtbaar zijn. Een belangrijke factor die de belastbaarheid van kabelgoten bepaalt, – naast de steunafstand en de zijwandhoogte – is de materiaaldikte, die varieert afhankelijk van het type.

 

Mogelijke steunafstanden

 

De theoretisch mogelijke steunafstanden voor de kabelgoot staan vermeld op de as onderaan de tabel. Aan de hand van de belastingscurven kan eenvoudig worden afgelezen, in welke mate de belastbaarheid van het systeem afneemt met toenemende steunafstand. Als algemene regel geldt voor alle OBO-kabeldraagsystemen (met uitzondering van de verspankabelgoten) het advies om, indien mogelijk, een steunafstand van 1,5 m niet te overschrijden

 

Belasting en steunafstand

 

Bij welke steunafstand is welke belasting mogelijk? Bij welke steunafstand is welke belasting mogelijk? Het antwoord daarop vindt u in ons diagram. In ons voorbeeld (blauw gemarkeerd) heeft de kabelgoot een maximale belastbaarheid van 0,75 kN per strekkende meter, bij een steunafstand van 2,25 m. Goed om te weten: In dit voorbeeld kan de capaciteit van de kabelgoot de toelaatbare belasting overschrijden. Daarom mag, indien mogelijk, de aanbevolen standaard steunafstand van 1,5 m niet worden overschreden.

 

Doorbuiging van de zijwanden

 

Vanaf een bepaalde buitenmaat zorgt de belasting van de kabelgoot voor een doorbuiging van de zijwanden. Wanneer deze waarde wordt bereikt, is in ons diagram weergegeven met de blauwe curve (w) in millimeter. Het verloop van de blauwe curve maakt duidelijk, hoe snel de doorbuiging van de kabelgoot bij een toenemende steunafstand groter wordt. Bij ons voorbeeld is de doorbuiging voor een steunafstand van 2,25 mm gemarkeerd, die hier ongeveer 12 mm bedraagt.

Belasting

 

1,0 m kN/m

1,5 m kN/m

2,0 m kN/m

2,5 m kN/m

Nema-belastingsklasse

RKSM 610 FS

1,2

0,9

0,6

0,4

8AA

RKSM 615 FS

1,2

1

0,6

0,4

8AA

RKSM 620 FS

1,2

1

0,55

0,4

8AA

RKSM 630 FS

1,2

1

0,55

0,4

8AA

RKSM 640 FS

2,1

1,35

0,8

0,6

8AA

RKSM 650 FS

2,1

1,35

0,8

0,6

8AA

RKSM 660 FS

2,1

1,4

0,8

0,6

8AA

Belastingsdiagram kabelgoot type RKSM 60

1 = toegestane kabelgoot-/kabelladderbelasting in kN/m zonder personenbelasting 

2 = steunafstand in m 

3 = doorbuiging van de zijwanden in mm bij toegestane last in kN/m 

4 = belastingsschema bij testprocedure 

Oranje lijn = belastingscurve met kabelgoot-/kabelladderbreedte in mm 

Blauwe lijn = doorbuigingscurve van de zijwanden, afhankelijk van de steunafstand

 

Indien nodig moet de steunafstand eventueel nog met het te verwachten kabelgewicht worden vermenigvuldigd!

Selecteer het totaalsysteem vooraf

De volgende opstellingen geven een overzicht, van welke bevestigingssystemen bij welke consoles passen.

 

Hangprofiel US 3

Gat-Ø: profiel

Consoles

Gat-Ø: console

Schroef

Artikelnr.

Plug

Artikelnr.

11 mm

MWA 12 11-13*

11 mm

FRS 10x25 F 8.8

6407560

BZ-U8-10-21/75

3498320

11 mm

AW 15 11-31

11 mm

FRS 10x25 F 8.8

6407560

BZ-U10-10-30/90

3498334

11 mm

MWA 12 41

11 mm

DKS25 + SKS 10x90 F

6416446 + 6418252

BZ-U10-10-30/90

3498334

11 mm

AW 15 41

11 mm

DKS25 + SKS 10x90 F

6416446 + 6418252

BZ-U10-10-30/90

3498334

11 mm

AW 15 51-61

11 mm

Niet mogelijk met US 3

-

-

-

 

Hangprofiel US 5

Gat-Ø: profiel

Consoles

Gat-Ø: console

Schroef

Artikelnr.

Plug

Artikelnr.

11 mm

MWA 12 11-13*

11 mm

FRS 10x25 F 8.8

6407560

BZ-U8-10-21/75

3498320

11 mm

AW 15 11-31

11 mm

FRS 10x25 F 8.8

6407560

BZ-U10-10-30/90

3498334

11 mm

AW 30 11 + 16

11 mm

FRS 10x25 F 8.8

6407560

BZ-U10-10-30/90

3498334

11 mm

AW 30 21 + 31

13 mm

FRS 10x30 F + DIN 44011F

6407579 + 6408729

BZ12-15-35/110

3498350

11 mm

MWA 12 41 + AW15 41

11 mm

DSK 45 + SKS 10x90 F

6416500 + 6418252

BZ12-15-35/110

3498350

11 mm

AW 30 41

13 mm

DSK 45 + SKS 10x90 F

6416500 + 6418252

BZ12-15-35/110

3498350

 

Hangprofiel US 7

Gat-Ø: profiel

Consoles

Gat-Ø: console

Schroef

Artikelnr.

Plug

Artikelnr.

14 mm

MWA 12 11-41*

11 mm

SKS 10x30 F + DIN 440 11F

3160742 + 6408729

BZ-U10-30/90

3498334

14 mm

AW 15 11-41

11 mm

SKS 10x30 F + DIN 440 11F

3160742 + 6408729

BZ-U10-30/90

3498334

14 mm

AW 30 11 + 16

11 mm

SKS 10x30 F + DIN 440 11F

3160742 + 6408729

BZ-U10-30/90

3498334

14 mm

AW 30 21 + 31

13 mm

FRS 12x30 F

6406270

BZ12-15-35/110

3498350

14 mm

AW 30 41-61

13 mm

DSK 61 + SKS 12x100 F

6416519 + 6418295

BZ12-15-35/110

3498350

14 mm

AW 55 21-41

13,5 mm

DSK 61 + SKS 12x100 F

6416519 + 6418295

BZ12-15-35/110

3498350

14 mm

AW 15 51-61

11 mm

DSK 61 + SKS 12x100 F + DIN 440 11

6416519 + 6418295 + 6408729

BZ12-15-35/110

3498350

*Schroef 6407560 wordt meegeleverd bij de consoles MWA/MWAG en MWA-M.

Profiel- en consolecombinaties

Console-opstelling eenzijdig

Basis voor de aanbeveling is niet de conform DIN EN 61537 geteste standaard belastbaarheid van de console, maar de belastingen die in de praktijk optreden bij een standaard kabeldraagsysteem.

Er wordt uitgegaan van maximaal 15 kg/m per 100 mm tracébreedte bij een steunafstand van 2,0 m. Bij de uiteindelijke dimensionering moet altijd met de totale belastbaarheid van het systeem incl. de belastbaarheid van de pluggen rekening worden gehouden. In principe moet bij profiellengten > 600 mm en console-opstelling aan het onderste profieluiteinde altijd een afstandsstuk worden gebruikt.

Console zonder (links) en met afstandsstuk (rechts).

 

 

Monteer de console over het algemeen als volgt:

  • Monteer de platkopbout altijd aan de profielzijde
  • Monteer de moer met sluitring altijd aan de consolezijde

Kies het montagesysteem afhankelijk van de belastbaarheid

Ook voor de montagesystemen zoals universele systemen, U-profielsystemen, I-profielsystemen en trapeziumsystemen levert OBO belastingsspecificaties inclusief aanvullende belastingstabellen, aan de hand waarvan het passende montagesysteem kan worden geselecteerd.

Belastingswaarden 
Pluggen voor wand- en profielconsole AW 15 - wandbevestiging

Testobject

Kracht F (SWL)

Breedte B

AW 15 11 FT

1,5 kN

110 mm

AW 15 16 FT

1,5 kN

160 mm

AW 15 21 FT

1,5 kN

210 mm

AW 15 31 FT

1,5 kN

310 mm

AW 15 36 FT

1,5 kN

360 mm

AW 15 41 FT

1,5 kN

410 mm

AW 15 51 FT

1,5 kN

510 mm

AW 15 56 FT

1,5 kN

560 mm

AW 15 61 FT

1,5 kN

610 mm


Vervormingsmeetpunt m | Conform IEC 61537
Max. belasting F tot. = kabelgewicht + kabelgoot + console

Belastingswaarden Pluggen voor wand- en profielconsole AW 15 – wandbevestiging

Belasting [kN] 
Consolebreedte [mm]110210310410
Plugtype 
BZ-U 10-10-30/901,21,21,21,2

 

 

Het draagvermogen is aanzienlijk groter bij toepassing in niet-gescheurd beton. 
De aangegeven waarden zijn gebaseerd op beton met sterkteklasse C20/25. 
De in de DIBt-goedkeuring (pluggen) vermelde montagevoorschriften moeten in acht worden genomen!

Belastingswaarden pluggen voor US 3 K-hangprofiel

Eenzijdige belasting
 Maximale belasting [kN]
 Consolebreedte [mm]
Plugtype110210310410
BZ-U 8-10-21/752,001,501,150,90
BZ-U 10-10-30/903,502,702,001,75

Belastingswaarden pluggen voor US 3 K-hangprofiel

Tweezijdige belasting
 Maximale belasting [kN]
 Consolebreedte [mm]
Plugtype110210310410
BZ-U 8-10-21/753,753,252,82,50
BZ-U 10-10-30/906,005,805,004,50


Max. belasting F tot. = kabelgewicht + kabelgoot + console + hangprofiel

 

Bij de tabelwaarden voor tweezijdige belasting is er rekening gehouden met de aanwezige asafstand ai = 10 cm. Het draagvermogen is aanzienlijk groter bij toepassing in niet-gescheurd beton. De aangegeven waarden zijn gebaseerd op beton met sterkteklasse C20/25. Neem de installatievoorwaarden in acht die in de DIBt-goedkeuring (pluggen) zijn vastgelegd.
 

Controleer het plugsysteem aansluitend

De volgende tabellen betreffende de verankeringsdiepte van de pluggen bieden u een richtlijn en hulpmiddel bij de aansluitende controle van het systeem.

Standaard verankeringsdiepte
Belastingen en kengetallenVerankeringsdiepteBoring ØBoorgatdiepteKlemdikteToel. belastingsgebied trekzone
 mmmmmmmmkN
M 8-100/165468601002,4
M 10-75/155601075754,3
M 10-100/1806010751004,3
M 10-150/2306010751504,3
M 12-15/110701290157,6
M 12-85/180701290857,6
M 12-105/2007012901057,6
M 12-160/2557012901607,6
M 16-15/13585161101511,9

 

Gereduceerde verankeringsdiepte
Belastingen en kengetallenVerankeringsdiepteBoring ØBoorgatdiepteKlemdikteToel. belastingsgebied trekzone
 mmmmmmmmkN
M 8-100/165358491112,4
M 10-95/155401055953,6
M 10-120/1804010551203,6
M 12-35/110501270356,1
M 12-105/1805012701056,1
M 12-125/2005012701256,1
M 16-35/135651690359,0


De belastingswaarden zijn ook in de DIBT/ETA te vinden.

 

Montagevoorwaarden

Aandraaimomenten voor schroeven

 

Bij de montage van een kabeldraagsysteem gelden verschillende aandraaimomenten. Let er wel op dat de opgegeven draaimomenten slechts als grove, vrijblijvende richtwaarden dienen.

Aandraaimomenten voor schroeven met metrische schroefdraad van staal

Schroefdraad

Sterkteklasse 5.6

Sterkteklasse 8.8

 

Wrijvingscoëfficiënt 0,14

Wrijvingscoëfficiënt 0,14

M6

4,80 Nm

11,30 Nm

M8

11,60 Nm

27,30 Nm

M10

23,10 Nm

54,00 Nm

M12

40,40 Nm

93,00 Nm

M14

64,70 Nm

148,00 Nm

M16

100,70 Nm

230,00 Nm

Aandraaimomenten voor schroeven met metrische schroefdraad van roestvrij staal

Schroefdraad

Sterkteklasse 70

Sterkteklasse 80

 

Wrijvingscoëfficiënt 0,20

Wrijvingscoëfficiënt 0,20

M6

9,70 Nm

12,90 Nm

M8

23,60 Nm

31,50 Nm

M10

46,80 Nm

62,40 Nm

M12

81,00 Nm

108,00 Nm

M14

129,00 Nm

172,00 Nm

M16

201,00 Nm

269,00 Nm

 


Raadpleeg de betreffende gegevensbladen, die samen met de producten kunnen worden gedownload, voor de bijbehorende sterkteklassen.

OBO Construct: kabeltrajecten plannen – eenvoudiger dan ooit tevoren

Onze planningstool maakt het mogelijk: binnen een project kunt u het kabelvolume voor zowel kabeldraagsystemen als vloerkanalen berekenen. Kies de verschillende bezettingsparameters en maak individuele kabeltypen aan.

Heeft u vragen hierover? Wij helpen u graag verder!