Installatie buiten, in de openlucht, in vochtige en natte omgevingen en ruimten

Kabeldozen zijn bedoeld om kabels en leidingen te verbinden en kunnen in de meest uiteenlopende omgevingen worden gemonteerd. Met betrekking tot de omgevingsomstandigheden moet rekening worden gehouden met verschillende factoren en normatieve voorschriften om de juiste kabeldoos voor de beoogde toepassingslocatie te selecteren. Zo moet bij installatie buiten of in een vochtige of natte omgeving nauwkeurig worden ingeschat, hoe sterk de belasting door weersinvloeden en mogelijk schadelijke omgevingsinvloeden is en welke beschermingsmaatregelen noodzakelijk zijn. De indeling in verschillende beschermingsgraden, ook wel IP-

codes genoemd, geeft aan hoe goed een kabeldoos is beschermd tegen aanraking en het schadelijk binnendringen van water. De zogenaamde IK-code geeft de beschermingsgraad tegen mechanische belasting aan. De DIN VDE 0100 is een installatievoorschrift en bepaalt aan welke eisen een kabeldoos in bepaalde installatiegebieden moet voldoen. Om een veilige installatie van apparaten te waarborgen, moeten al deze factoren in de concrete situatie worden gecontroleerd en bij de selectie in acht worden genomen.

 

 

Basisprincipes

 

In principe geldt dat de gebruiker bij alle installatietypen de geldende bepalingen moet naleven, zoals bijvoorbeeld de installatievoorschriften conform DIN VDE 0100-ff

Afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden moet de gebruiker eventueel aanvullende of afzonderlijke beschermingsmaatregelen nemen om de betrouwbare werking van kabeldozen te waarborgen

Invloedsfactoren bij installatie in de openlucht

Onze kabeldozen kunnen in veel verschillende omgevingen worden geïnstalleerd, ook buiten. Daarbij moet echter rekening worden gehouden met een groot aantal invloedsfactoren: UV-straling, regen, sneeuw, zon, maar ook chemische invloeden. In onze FAQ’s leest u hoe bij de installatie van OBO-kabeldozen in de openlucht gegarandeerd niets misgaat.

Welke rol speelt de UV-straling bij de installatie van de kabeldozen in buitenopstelling?

Wat gebeurt er, wanneer kabeldozen aan hoge temperaturen worden blootgesteld?

Kan een te krachtige zonnestraling een probleem zijn voor de kabeldozen?

Met welke chemische invloeden moet bij de installatie rekening worden gehouden?

Hoe komt condenswater in de kabeldozen?

Hoe kan het ophopen van condenswater in de kabeldoos worden vermeden?

Waarop moet worden gelet bij de bescherming van de kabeldozen tegen regen en sneeuw?

Installatie alleen in een beschermde buitenomgeving – wist u dat?

Hoe ontstaan waterplassen en hoe kan dit worden voorkomen?

Vormen planten of schimmelgroei een gevaar voor de kabeldozen?

IP-beschermingsgraad

Met de IP-beschermingsgraad wordt aangegeven, in hoeverre een onderdeel beschermd is tegen aanrakingen en vreemde voorwerpen, evenals tegen het binnendringen van water. De IP-beschermingsgraden zijn in de norm NEN-EN-IEC 60529 (VDE 0470 deel 1) geregeld. De IP-aanduiding bestaat altijd uit twee cijfers.

Het eerste cijfer staat voor de bescherming tegen aanraking en vaste voorwerpen. Deze geeft enerzijds aan, in hoeverre een behuizing de toegang tot gevaarlijke delen verhindert, doordat het binnendringen van lichaamsdelen of objecten die door mensen worden vastgehouden, wordt voorkomen of beperkt. Anderzijds geeft dit aan, in hoeverre de behuizing de geïnstalleerde bedrijfsmiddelen beschermt tegen het binnendringen van vaste voorwerpen.

Het tweede cijfer staat voor de bescherming tegen water. Dit geeft aan, in hoeverre het bedrijfsmiddel is beschermd tegen binnendringend water en de daaruit voortvloeiende schade.

Beschermingsgraad tegen aanraking en het binnendringen van vaste voorwerpen

Eerste cijfer...tegen de toegang tot gevaarlijke onderdelen...tegen vaste voorwerpen
0beschermd tegen toegang tot gevaarlijke delen met de rug van de handniet beschermd
1beschermd tegen toegang tot gevaarlijke delen met een vingerbeschermd tegen vaste voorwerpen met een doorsnede van 50 mm of groter
2beschermd tegen toegang tot gevaarlijke onderdelen met gereedschapbeschermd tegen vaste voorwerpen met een doorsnede van 12,5 mm of groter
3beschermd tegen toegang tot gevaarlijke delen met een draadbeschermd tegen vaste voorwerpen met een doorsnede van 2,5 mm of groter
4beschermd tegen toegang tot gevaarlijke delen met een draadbeschermd tegen vaste voorwerpen met een doorsnede van 1,0 mm of groter
5beschermd tegen toegang tot gevaarlijke delen met een draad en de rug van de handbeschermd tegen stof
6beschermd tegen toegang tot gevaarlijke delen met een draadstofdicht

Beschermingsgraad tegen het binnendringen van water met schadelijke gevolgen

Tweede cijferKorte benamingDefinitie
0niet beschermd-
1beschermd tegen druipwaterVerticaal vallende druppels mogen geen schadelijke gevolgen hebben.
2beschermd tegen druipwater, wanneer de behuizing tot 15° is gekanteldverticaal vallende druppels mogen geen schadelijke gevolgen hebben, als de behuizing aan weerszijden van de loodlijn onder een hoek van maximaal 15 ° is gekanteld
3beschermd tegen sproeiwaterWater dat onder een hoek van 60°, aan beide zijden ten opzichte van de verticale as wordt gespoten, mag geen schadelijke gevolgen hebben.
4beschermd tegen spatwaterWater dat uit iedere richting tegen de behuizing spat, mag geen schadelijke gevolgen hebben.
5beschermd tegen waterstralenWater dat uit iedere richting als straal tegen de behuizing gericht wordt, mag geen schadelijke gevolgen hebben.
6beschermd tegen krachtige waterstralenWater dat uit iedere richting als krachtige straal tegen de behuizing gericht wordt, mag geen schadelijke gevolgen hebben.
7beschermd tegen de effecten bij tijdelijke onderdompeling in waterWater mag niet in een hoeveelheid binnendringen die schadelijke gevolgen veroorzaakt, wanneer de behuizing onder genormeerde druk- en tijdscondities tijdelijk in water is ondergedompeld.
8
beschermd tegen de effecten bij constante onderdompeling in water
Water mag niet in een hoeveelheid in de behuizing binnenkomen die schadelijk is, wanneer de behuizing constant onder water is gedompeld onder omstandigheden die tussen leverancier en gebruiker moeten zijn overeengekomen. Aan de voorwaarden moet echter moeilijker kunnen worden voldaan dan bij cijfer 7